NL FR

Het grote psychatrierapport (De Morgen)

De krant De Morgen publiceert een week lang zijn grote psychiatrierapport. Zij vroegen daarvoor alle verslagen op van de Vlaamse psychiatrische ziekenhuizen, psychiatrische verzorgingstehuizen en psychiatrische afdelingen in de algemene ziekenhuizen.

Alles over het grote psychiatrierapport van De Morgen kan je lezen op de site van De Morgen, waar ook lezersbrieven en getuigenissen die de krant niet haalden op te vinden zijn.

De auditrapporten van Zorginspectie zijn ontegensprekelijk een basis voor bijsturingen en verbetertrajecten in de voorzieningen. Ze zijn echter slechts eenmomentopname van een sector die continu in beweging is. Wij hopen ook dat de lezer een correct en genuanceerd beeld krijgt van de geestelijke gezondheidszorg waarbij de focus van de gepubliceerde uittreksels uit de inspectieverslagen geen afbreuk zal doen aan de motivatie van onze medewerkers die zich dagdagelijks inzetten voor de patiënten, noch aan de beeldvorming en de vele initiatieven die het stigma rond geestelijke gezondheid proberen te doorbreken. 

De Morgen focust op 5 thema's: afzondering en dwang, familiewerking en patiëntenparticipatie, mensen en middelen, medicalisering en kwaliteit en effectenmeting. Ze kaarten terecht een aantal knelpunten aan, waar ook de sector zelf mee worstelt of waarvoor er in de laatste jaren en maanden hard is gewerkt om tot betere resultaten te kunnen komen, zo bv. als het gaat over kwaliteit en effectenmeting

Op de websites van onze ziekenhuizen kan je alle inspectieverslagen inkijken, net als het rapport van De Morgen en de reactie van het ziekenhuis + de opvolging die aan de inspectieverslagen is gegeven. Daarmee hopen we de transparantie zo maximaal mogelijk open te trekken. Wie een beeld wil krijgen van de hedendaagse werking in geestelijke gezondheidszorg bij Broeders van Liefde, kan dit filmpje bekijken: https://www.youtube.com/watch?v=IhxXfn5AZdE 

Meer over dit onderwerp kan je lezen op de website van koepelorganisatie Zorgnet-Icuro. Op hun blog kan je nog meer getuigenissen vinden. 

Hieronder alvast een aantal teksten van medewerkers uit onze organisatie die in hun pen zijn gekropen:

 

Routine en alwetendheid hebben hier geen plek

Medewerkers van psychiatrisch ziekenhuis Sint-Amandus in Beernem

Het beeld van 'afzonderingen' is vaak heel ongenuanceerd. Mensen stellen zich dan voor dat we patiënten isoleren zonder veel gesprek, achter slot en grendel. Hen fixeren zonder overleg. Dat beeld strookt niet met wat we doen en waar we voor staan. Kwalitatieve zorg is ons vertrekpunt en veilige zorg is daartoe een belangrijke hefboom. Afzonderingen gebeuren vandaag als alle andere ondersteunende maatregelen niet tot het realiseren van een voldoende veilige situatie hebben geleid. Ze zijn op vandaag – helaas – nooit helemaal uit te sluiten. En laat het duidelijk zijn: als er wordt afgezonderd, dan dient er tegelijkertijd een intensieve opvolging te zijn.

We willen benadrukken dat achter die afzonderingscijfers het gesprek over die afzondering niet wordt gemeten, laat staan de preventieve verbinding en het contact dat met de patiënt gemaakt werd en de mate waarin er vertrouwen groeide. En woorden die vandaag leidraden zijn voor ons, worden niet gemeten: preventie, respect, relatieopbouw, netwerkvorming, patiëntenrechten, gelijkwaardigheid, participatie, aanwezig zijn.

Er is alvast 1 woord dat niet past bij onze job: ‘routine’. Ons werk is geen zwart-witverhaal van opname en ontslag, open en gesloten deuren, ziek en genezen, afzonderen en vrijlaten, van wij en zij. Het is altijd een verhaal met veel nuances en schakeringen. Sommige patiënten zijn bijvoorbeeld psychotisch en denken dat ze Jezus of koning zijn of een sinaasappel die geschild wordt als iemand hen aanraakt. Net zoals hun wereld voor ons onbegrijpelijk is, ervaren zij onze maatschappij als een enorm obstakel, met angsten, agressie en frustratie tot gevolg.

Onze taak is om contact met hen te maken. Het gebeurt via een banaal gesprek over eten of een tv-programma, waarna vertrouwen groeit, herstel plaatsvindt en we uiteindelijk samen kansen en krachten vinden om controle te krijgen over angst, agressie of frustratie. Dat gaat met ups en downs. En soms wordt iemands vrijheid inderdaad op maat ingeperkt om hem of haar zonder kleerscheuren over een crisismoment heen te tillen, regelmatig omdat de patiënten of hun familie er zelf naar vragen om tegen zichzelf beschermd te worden. Een gsm wegleggen om telefonerende drugsdealers op afstand te houden, individuele toegangssystemen, medicatie, retreatrooms om tot rust te komen, praktische afspraken met de gemeenschap waarin ze leven. En ja, soms worden patiënten een tijdje afgezonderd van de rest van de groep. Maar bij voorkeur met een verpleegkundige of therapeut naast hen of in nauw contact. Zo veel als mogelijk in overleg met en volgens afspraken die we vooraf maken met de patiënt en de familie. En altijd als laatste middel. En zelfs dat is niet zwart-wit, want het is o zo afhankelijk van vele factoren waar ook wij niet altijd vat op hebben: de infrastructuur, de middelen, de bezettingsgraad, de crisis waarin de patiënt gevat zit. Hoe frustrerend ook, soms is een afzondering een laatste manier om veiligheid te kunnen bieden (aan de patiënt zelf en/of zijn omgeving).

Mensen zijn geen machines met aan- of uitknopjes. Elke mens is anders. Er zijn geen standaard antwoorden op de problemen van morgen. Om ieders eigenheid echt te begrijpen zijn we heel aandachtig aanwezig, stellen we ons open en wandelen we naast de patiënt. Routine en alwetendheid hebben in dat therapeutisch proces geen plek.

 

Van abnormaal langdurig verblijven in de psychiatrie naar ‘normaal’ en autonoom wonen.

Sara Mertens, psychiatrisch verpleegkundige P.C. Dr. Guislain - Gent

Sinds mei 2016 ben ik in ‘het project Proeftuinen Zorgdorpen’ gestart. Dit is een erkend project gefinancierd door het Agentschap “Zorg en gezondheid” met penhouder De Heide vzw. Vanuit het samenwerkingsverband “Zorgdorpen” worden kansen gecreëerd tot inclusief en autonoom wonen met installatie van persoonsgerichte ondersteuning. Een aantal volwassen personen met een langdurige psychiatrische hulpverleningsgeschiedenis of met chronische problemen in de geestelijke gezondheidszorg, krijgen hiertoe de kans.

De samenwerkingspartners van dit project zijn naast De Heide vzw, P.C. Dr. Guislain, PC Caritas en CAW Oost-Vlaanderen.

Mijn verhaal gaat over Marie. Marie heeft 21 jaar lang een job als logistiek assistent gehad. Haar wereld stortte in toen haar zoon een zwaar verkeersongeval kreeg. Haar zoon overleefde het verkeersongeval, maar de zorg voor haar zoon die daarop volgde, woog zwaar door. Marie verloor haar werk, werd uit huis gezet en raakte verslaafd aan alcohol. Haar problematisch alcoholgebruik heeft 5 jaar stand gehouden. Marie heeft 4 jaar op straat geleefd en ging naar cafés, waar het warmer was en waar ze alcohol nuttigde. Op een bepaald moment vond Marie het genoeg en besloot ze zelf zich te laten helpen in de psychiatrie. Sinds Marie daar is, heeft ze geen alcohol meer aangeraakt. Eens Marie wat meer stabiliteit voelde tijdens de opname, is men met haar een traject begonnen binnen arbeidszorg. Toen het project Proeftuinen Zorgdorpen startte, heeft men Marie aangemeld met de vraag naar woonst en hulp om de overgang naar woonst te kunnen maken. In mei 2016 hebben we samen met Marie en haar maatschappelijk werker van de dienst rond de tafel gezeten en gevraagd, wat Marie zelf wou, waar ze naar op zoek is en of ze in dit project wil stappen. Wat we heel belangrijk vinden als hulpverlener, is dat we luisteren naar de wensen, noden en behoeften van de cliënt en daarmee gaan we aan de slag. Marie en ik hebben een lange zoektocht naar een geschikte woonst gedaan, maar botsten telkens op het stigma ‘psychiatrie’ en het lage inkomen. De communicatie tijdens de zoektocht tussen OCMW Gent, haar maatschappelijk werker van P.C. Dr. Guislain en mij is in dit traject steeds vlot verlopen. Terwijl we met z’n allen bleven zoeken naar een geschikte, betaalbare woonst, werd met Marie haar traject met arbeidszorg uitgebreid. Zodanig dat de focus voor Marie niet enkel op woonst lag, omdat dit voor haar niet altijd gemakkelijk geweest is. Een ideale woonst vinden en dan met de huisbazin samenzitten en te horen krijgen dat je inkomen te laag is en dat ze niet in aanmerking komt, is voor Marie niet evident. Maar met hulp van haar maatschappelijk werkster, is ze steeds positief gebleven. Pas in januari 2017 hebben we een geschikte, betaalbare woonst gevonden voor haar. Sinds 1 februari is Marie daar ingetrokken. Elk traject naar alleen wonen wordt per individu bekeken en ingeschat. Afhankelijk van hun individuele noden en behoeften vragen we gezinszorg aan, thuisverpleging, mobil team, rechtstreeks toegankelijke hulpverlening in gehandicaptenzorg, budgetbeheer, psychologische begeleiding,…. Ook het coachen van de reguliere diensten, zoals gezinszorg en thuisverpleging, in het omgaan met psychisch kwetsbare mensen is een belangrijke taak als hulpverlener binnen het proeftuinteam. De grootste aanpassing voor Marie was de plotse verandering van het leven in grote groep naar het alleen wonen. Terwijl Marie in de psychiatrie ’s avonds steeds bij medecliënten of hulpverlening terecht kon om eens een gesprek te hebben, wordt ze nu geconfronteerd met het alleen zijn. Naast professionele hulpverlening, heeft Marie weinig sociale contacten buiten haar vriend en haar zoon. We merken dan ook bij veel cliënten dat het ‘loslaten’ van de psychiatrie, de voor hen vertrouwde omgeving waar men vaak ook afhankelijk wordt gemaakt, niet evident is en dat de stap naar een compleet nieuwe situatie vergemakkelijkt door wordt ook na de transitie naar autonoom wonen, nog contacten aan te houden. Zo is de dagtherapie een heel belangrijk gegeven, waar ze zich gesteund voelt en haar emoties kwijt kan. Ondertussen gaan we op zoek naar andere alternatieven qua dagbesteding buiten de psychiatrie, maar dit steeds op haar tempo.  Momenteel doet Marie 2 dagen per week vrijwilligerswerk en 2 dagen per week dagtherapie. De andere dag is men met haar op verkenning binnen arbeidszorg om haar mogelijkheden in kaart te kunnen brengen. In het weekend gaat ze op bezoek bij haar zoon. Ook heeft Marie ondersteuning nodig in het omgaan met geld en al het administratieve dat hoort bij het alleen wonen.  

Het proeftuinteam begeleidt de transitie naar alleen wonen gedurende ongeveer 10 weken. Deze periode varieert afhankelijk van elk traject. Ons doel is dat elke cliënt zorg op maat heeft. Bij onze zoektocht naar deze hulp buiten de psychiatrie, botsen we vaak op het financieel aankunnen, langdurige wachtlijsten of het niet in aanmerking komen van deze bepaalde zorg. We merken op dat we nog een lange weg af te leggen hebben, naar inclusie en vermaatschappelijking, maar geven als hulpverlener en als mens niet op.  Daarvoor is het leven en werken buiten de psychiatrie iets dat cliënt en hulverlener aanstekelijk werkt bij elkaar.

 

Pleidooi voor verbinding en creativiteit

Saskia Rigolle, begeleidster outreach De Steiger-De Meander, P.C. Dr. Guislain - Gent

Het Grote Psychiatrierapport zal vermoedelijk vele lacunes in de psychiatrie blootleggen. Ik ben zelf een (kersverse) hulpverlener (23 jaar) werkzaam in de psychiatrie en ben me, net als mijn collega’s, zeer bewust van de vele hiaten en gebreken binnen onze sector.


We kunnen hier als sector op verschillende manieren mee omgaan. Zo kunnen we wijzen op het feit dat we meer middelen en personeel nodig hebben. Als hulpverlener staan we vaak machteloos omdat we botsen tegen structurele grenzen. Te weinig personeel kan bijvoorbeeld isolaties als noodzakelijk kwaad in stand houden. Toch mag dit volgens mij niet het enige antwoord zijn. Zo verschuiven we de verantwoordelijkheid en verandert er ondertussen weinig.         


Inzetten op meer registratie, controle en transparantie kan ook een reactie zijn. Zo kan het registreren van het aantal isolaties zorgen voor bewustwording. Maar tegelijk houdt dit ook risico’s in. Het herleiden van de zorg tot cijfers, is een reducering van de complexiteit van de zorg. Intermenselijke relaties kunnen volgens mij niet gevat worden in ‘objectieve’ cijfers. Bovendien heeft het toenemend registreren ook een omgekeerd evenredige verhouding met de tijd die we aan cliënten en hun omgeving kunnen besteden. Een ander gevaar is dat de meest complexe gevallen, waar we cijfermatig weinig mee kunnen bereiken, geen plaats meer krijgen binnen onze psychiatrie.        


Ik zie zelf nog een andere mogelijkheid. Ik ben van mening dat we als hulpverlening meer moeten inzetten op verbinding en creativiteit. Ik geloof erin dat we door samen te werken met alle betrokkenen de bestaande grenzen van onze hulpverlening creatief kunnen ombuigen en omzeilen. Ik geef graag het voorbeeld van mijn eigen organisatie: Outreach De Steiger – De Meander. Dit is een mobiele interventiecel voor personen met een verstandelijke beperking én een bijkomende psychische problematiek. Heel concreet gaat dit over personen die agressief en zelfverwondend gedrag stellen,  niet meer uit hun bed geraken, seksueel afwijkend gedrag stellen, … De combinatie van beide problematieken (verstandelijke beperking én problemen met de geestelijke gezondheid) zorgt ervoor dat deze personen niet passen binnen de klassieke hokjes van onze hulpverlening en hierdoor vaak uit de boot vallen. Een nieuw hokje creëren is wellicht niet het antwoord: weldra ontstaat er dan weer een nieuwe groep die toch niet helemaal onder dat vakje valt. Om in te gaan tegen de negatieve spiraal van exclusie en “nergens passen”, zetten wij in op samenwerking en het zoeken naar nieuwe visies en perspectieven die de bestaande grenzen kunnen overstijgen. Zo is Outreach De Steiger – De Meander een samenwerkingsverband tussen 2 psychiatrische ziekenhuizen (P.C. Dr. Guislain – Gent en PC Caritas –Melle), dit zorgt al  voor een bijzondere dynamiek. Het zoeken naar verbinding gaat ook verder dan de samenwerking tussen deze 2 ziekenhuizen. Bij elke aanmelding zetten we steeds in op verbinding met het betrokken netwerk. De vele ontmoetingen met cliënten, familie en hulpverleners zorgen ook voor een nieuwe visie: ‘abnormale cliënten’ worden mensen met dezelfde drijfveren als u en ik; ‘lastige ouders die zich overal mee bemoeien’ worden ervaringsdeskundigen die hun kind ontzettend goed kennen; ‘rigide hulpverleners’ worden zoekende mensen, zoekend naar hoe om te gaan met tegenstrijdige perspectieven, moeilijk gedrag en de prestatiedruk, ‘de outreacher als deskundige’ wordt iemand die meer vragen heeft dan antwoorden… Deze visie geeft opnieuw perspectief en openheid, de vaak ondergesneeuwde krachtbronnen worden terug zichtbaar. Door samen te zoeken en te ‘bricoleren’ (ipv een geprotocoleerde weg van A naar B), ontstaat er een gedeeld dragen van de situatie. En hier ligt voor mij dan ook de essentie van de hulpverlening: “caring is sharing”. Ik zie in het werkveld verschillende initiatieven die hierop inzetten en die zo ook mooie resultaten bereiken. De journalisten in de zaterdagkrant van De Morgen sluiten hun opiniestuk af met de volgende boodschap “lezen, reflecteren en verbeteren”. Ik zou graag eindigen met een ander advies: “luisteren, delen en creëren”.

22-02

© fracarita.org - disclaimer - privacy info